Goedele magazine – Mama aan de coke

Hieronder kan u een interview lezen met Marjan in Goedele Magazine van 3 november 2009.

Terug naar in de media

Marjan: “Het is allemaal begonnen met een half pilletje tijdens een avond uit. Xtc. Ik was een jaar of zeventien. Een zalig gevoel. Normaal was ik nogal verlegen en nu praatte ik honderduit. Ik danste en voelde de muziek door mijn hele lichaam. Een heerlijke avond, maar ik had er geen behoefte aan het nog eens over te doen. Ik had het ook niet gedaan omdat ik een ongelukkige jeugd had of zo. Ik kom uit een liefdevol, stabiel gezien. Ik heb een strenge maar rechtvaardige opvoeding gekregen. Er was alleen dat wilde kantje van mij.”

“Huisje, tuintje, boompje. Ik ben vroeg getrouwd, op mijn negentiende. Ik had alles.  Een goede positie binnen de familiezaak. Een gezin. Een vriendenkring. Maar dat volstond niet. Ik wilde meer. Ik begon naar trendy, hippe fuiven te gaan. In dat milieu waren drugs normaal. Zoals gewone mensen weleens een glaasje drinken, snoven die mensen lijntjes. Ik nam er altijd een wit wijntje erbij. Ze hadden me verteld dat cocaïne een beter product was dan xtc omdat het natuurlijker was (lachje). Daarom wilde ik vooral van de xtc afblijven en heb ik voor het eerst een lijntje geprobeerd. In het begin vond ik er niet zoveel aan. Het effect was niet overweldigend, zoals bij xtc. Maar ik werd er sociaal van. Zelfverzekerd, ook. Het gaf me energie. Bij de vrienden die drugs gebruikten, kon ik mezelf zijn. Ik dacht dat ik bijzonder was, dat wij bijzonder waren. Anders dan mensen met een gewoon, burgerlijk leventje: die vond ik saai. Tijdens de nachten dat we op stap gingen, voelde ik dat ik leefde. Ik kreeg aandacht van mannen en genoot volop. Voelde me een superster. Ik heb een foto bewaard van mezelf uit die periode. Ik sta op de dansvloer, zwaai met mijn armen en kijk recht in de camera. Verleidelijk, dacht ik toen. Als ik mezelf nu zo zie, gruwel ik. Het valt me meteen op dat je mijn beha kan zien. Zo ben ik niet, van binnen. Ik zie ook meteen aan mijn ogen, dat ik onder invloed ben.”

“Een gram of twee in het weekend, meer niet. Ongeveer de eerste tien jaar dat ik gebruikte, was dat min of meer gecontroleerd. Toen ik zwanger was van mijn eerste twee kinderen gebruikte ik niet en had daar geen moeite mee. Ik wilde gewoon alles goed doen, zonder het gevoel te hebben dat ik iets te kort kwam. Werken, moeder zijn én een nachtleven hebben. De verslaving kwam geleidelijk, doorheen de jaren. Ik begon meer alcohol te drinken. Enerzijds omdat je meer kan drinken als je cocaïne gebruikt, anderzijds omdat wanneer je cocaïne snuift, je soms onrustig wordt. Een beetje opgefokt. Dan drink je alcohol om dat te temperen. Na zoveel jaren gebruikte ik niet alleen coke op zaterdagavond, maar soms ook op zondag. Omdat ik van de avond voordien zo moe was en ik per se met de kinderen naar het park wilde. Deels uit schuldgevoel. Ik wilde uitgaan, maar vond ook dat ik het niet kon maken om de volgende dag in bed te blijven liggen. Dus snoof ik een lijntje om overdag wakker te blijven. Ik deed het voor hen, en ik voelde me een supermama. Want ik werkte hard, ik genoot van het leven én ik kon voor mijn gezin zorgen.”

“Maar toen kwamen er spanningen in mijn huwelijk. Ik verloor het respect voor mijn man. Ik begon mensen te mijden die niet gebruikten. Ik werd een ziekelijke flirt. (Beschaamd) Ik heb verhoudingen gehad. Maar toch had ik nog altijd het gevoel dat het allemaal oké was. Ik nam toch mijn verantwoordelijkheden op? Alleen had ik die cocaïne steeds meer nodig, om gewoon te kunnen functioneren. Achteraf besef ik dat ik al zwaar verslaafd was op het moment dat ik zwanger werd van mijn derde zoon. Ik was blij omdat ik nog een kind kreeg. Maar ik werd ook zwaar depressief omdat ik niets kon gebruiken. Negen maanden lang geen cocaïne en ik voelde me miserabel. Een mooie gelegenheid om er volledig mee te kappen, zou je denken. Maar bij mij was het omgekeerde waar. Ik geraakte niet uit bed en kon amper nog voor mijn twee oudste zonen zorgen.”

“Twee dagen heb ik borstvoeding gegeven, langer kon ik niet. Omdat ik moest gebruiken. Dat idee zat in mijn hoofd: ik kan zelfs niet uit bed komen zonder. Eigenlijk is het na de geboorte van mijn derde zoon pas echt veel slechter beginnen gaan. Het eerste wat ik deed ’s ochtends, was een lijn snuiven. Dan pas kon ik in de douche stappen. Weer een lijn. Tanden poetsen. Weer een lijn. Boterhammen smeren voor de kinderen en ze naar school sturen. Mijn eerste glas dronk ik tegen de middag. Amaretto.”

“Het kon zo niet verder. Natuurlijk niet. Mijn man en ik begonnen vaker ruzie te maken. Mijn ouders begonnen iets te vermoeden. Ik maakte fouten op de zaak en probeerde die dan toe te dekken. Ik besloot me te laten opnemen in het ziekenhuis om te ontwennen. Mijn ouders dachten dat het alleen voor mijn alcoholverslaving was. Ik kón er niet eerlijk over zijn. Ik ben met de beste bedoelingen binnen gegaan. Ergens was het een bevrijding. Eindelijk, eindelijk, eindelijk zou ik er iets aan kunnen doen.”

“Ik kwam binnen op de afdeling voor verslaafden – er zaten vooral alcoholisten – en moest niets doen. Mijn eten werd gebracht. Ik had er een leuke vriendenkring, dat wel. Maar de meesten wilden niet van hun verslaving af: vaak waren ze gedwongen opgenomen. Het is misschien oneerbiedig om te zeggen, maar het waren vaak randgevallen. Losers. Ze kwamen binnen met het voornemen om nadien weer gecontroleerd te kunnen drinken of gebruiken. De therapie was een lachtertje. Niet meer dan enkele weken fysiek ontnuchteren, want in mijn hoofd was ik nog een zware addict. Nadat ik uit het ziekenhuis kwam, bleef ik een tijdje thuis. Ik begon weer stiekem te gebruiken. Omdat ik er al lang slecht aan toe was, heb ik mijn deel in de familiezaak verkocht. Ik had ook te veel steken laten vallen op het werk. En nu zat ik dan hele dagen thuis. Ik schilderde wat, maar zakte vooral nog verder weg. Een tijdje later zijn mijn man en ik gescheiden. We zijn als vrienden uit elkaar gegaan.”

“Ik vond nog altijd dat ik een goede mama was. Dat de kinderen bij mij bleven, was logisch in mijn ogen. Mijn man moest werken en ik was tenslotte thuis. Ik deed er alles aan om mijn verslaving weg te verstoppen. Ik liet mijn ouders niet meer toe. Af en toe kwam mijn moeder langs en dan lag het huis er slordig bij. Ik moest iemand in dienst nemen om me te helpen, met het huishouden en de kinderen. Wat een contrast met de tien jaar dat ik ‘recreatief’ had gebruikt. Toen waren mijn kinderen nog klein, ik denk dat ze een gelukkige jeugd hebben gehad. En toch. als ik er nu op terugkijk, denk ik dat ik meer overdreven was in mijn gedrag. Overdreven vrolijk als moeder. Overdreven aandacht geven. Mijn jongste zoontje heb ik nooit naar de kleuterklas gebracht. Omdat ik er niet toe in staat was. Ik wilde hem ook bij mij houden. Hij heeft zijn eerste leerjaar daardoor opnieuw moeten doen.”

“Egoïstisch dat ik was. Zelfs toen mijn vader leukemie kreeg, dacht ik alleen aan mezelf. Ik vond dat hij zijn ziekte gebruikte om medelijden op te wekken. Ik heb lang mijn verslaving kunnen verstoppen voor mijn kinderen, maar op een gegeven moment had ik zelfs daarvoor de energie niet meer. Zolang je je omgeving kan voorliegen dat je alles onder controle hebt, kan je jezelf wijsmaken dat je alles in de hand hebt. Maar op een gegeven moment stopt dat. Mijn zoon kwam op een dag thuis van school maar kon niet binnen omdat ik op de zetel lag. Helemaal beschonken. Ik ben verschillende keren naar het ziekenhuis gegaan om te ontwennen. Dan observeren ze je een tijdje. Als je je redelijk gedraagt, mag je weg. Het komt er dus op aan je zo normaal mogelijk te gedragen. Zelfs op zo’n moment blijf je maskers opzetten. Het vernederendste is wanneer ze je in een isoleercel stoppen. Een kale kamer. Een bed en een stoel staan vastgekluisterd aan de grond. Voor de veiligheid. Dan laten ze je daar zitten, tot ze vinden dat er met je valt te praten. Ik had wel langer kunnen blijven in het ziekenhuis voor therapie, maar dan was ik in de psychiatrie beland. Dat wilde ik absoluut niet. Want dan hadden ze mijn kinderen afgepakt. Het is heel raar, hoe je jezelf isoleert als je verslaafd bent. Ik had dierlijke instincten in mij, om mijn kroost te beschermen tegen de boze buitenwereld. Het was aanvallen of aangevallen worden. Die laatste jaren van mijn verslaving lopen in mijn hoofd door elkaar. Ik weet alleen dat het steeds meer bergaf ging.”

“Op een avond was het volle maan. Ik was alleen thuis. De kinderen waren bij mijn ex-man. Ik keek naar buiten vanuit mijn raam, in mijn slaapkamer. Naar de tuin. De bomen. Ik besefte dat ik niet lager kon vallen. Ik was een levend wrak. Mijn lichaam was ziek. Ik had galproblemen. Hartkloppingen. Leversteatose. Ik was paranoïde. Het was de eerste keer dat het doordrong. Ik moet zelf iets doen. Ik ben helemaal geen goede mama. Ze zijn beter af zonder mij. Misschien moest ik zo diep zakken om er weer uit te geraken. Ik smeekte om hulp. Luidop. Help me, alsjeblieft. Tranen dat ik heb gelaten. En hoe zweverig dit ook mag klinken, de volgende dag stond een vriend aan de deur. Iemand die ik al lang niet meer had toegelaten omdat hij niet gebruikte. Hij had een brochure bij, van een afkickkliniek in Nederland – intussen bestaat Solutions ook in België.”

“Een dure therapie, maar aan mijn verslaving had ik inmiddels ook een fortuin uitgegeven. Dezelfde dag nog ben ik op gesprek gegaan. Solutions werkt samen met andere afkickklinieken over heel de wereld, en voor mij viel de keuze op een therapie met een strenge aanpak in Zuid-Afrika. Voor het eerst had ik het gevoel dat er hoop was en dat er iemand was die me begreep. Misschien omdat de baas ook een ex-cocaïneverslaafde is. Het belangrijkste was dat ik mijn kinderen niet zou kwijtgeraken. Met mijn ex regelde ik dat ze bij hem zouden logeren: ook niet helemaal vanzelfsprekend, want hij had intussen een nieuwe relatie en nieuwe kinderen. Mijn zonen waren eerst boos op dat ik wegging – en wel meteen voor enkele maanden. Maar ik moest. Ik wist dat het de enige manier was om terug te komen, als mama. Op weg naar de luchthaven, twee dagen later, heb ik mijn laatste lijn gesnoven en heb ik mijn laatste slok gedronken.”

“Hoe erg hij het niet vond, dat ik zijn jongste broertje altijd had binnengehouden, zo las ik in de brief die mijn oudste zoon me stuurde. De brieven die ik kreeg in Zuid-Afrika, maakten deel uit van de therapie. Ze waren geschreven door mijn familie, op vraag van de afkickkliniek. Mijn zus, mijn moeder, mijn vader en mijn twee oudste zonen moesten vertellen welke schade ik had aangericht thuis. Zonder een blad voor de mond te nemen. De eerste maand in therapie is een confrontatie met jezelf en je daden. Heel hard. Met de brieven van mijn twee oudste zonen had ik het het moeilijkst. Mijn tweede zoon vertelde in zijn brief over hoe het hem verdriet deed dat ik mezelf al een paar jaar niet meer mooi maakte, hij kon niet meer trots zijn op zijn mama. Ze schreven ook dat ik zo snel boos werd en dat ze geen vrienden mee naar huis namen omdat ze niet wisten hoe ze hun mama thuis zouden vinden, na school. Ook de woorden van mijn zus en mijn moeder waren heel hard. Extra moeilijk omdat je die brieven moet voorlezen in groep. Alsof het web van leugens dat je voor jezelf hebt opgebouwd, helemaal wordt afgebroken, draadje voor draadje. Want de andere verslaafden zijn een spiegel voor je. In elkaar herken je leugens die je aan jouw omgeving hebt verteld, om mensen te misleiden.”

“Met een bang hartje, maar voor het eerst sinds jaren geloofden mijn familie weer in mij, toen ze op bezoek kwamen in Zuid-Afrika. Emotionele momenten. Voor het eerst sinds lang hadden ze weer hoop. Uiteindelijk werden het vier lange maanden in Zuid-Afrika, maar elk moment was noodzakelijk. Onmogelijk om de hele therapie kort samen te vatten. Ik heb er leren mediteren en – belangrijk – wat doe je als je thuiskomt? Terug in België ben ik verhuisd. Het oude huis had te veel slechte herinneringen aan foute mensen en aan de pakjes cocaïne die ik vroeger her en der in kasten verstopte. Ik heb nog veel nazorg gehad van Solutions. In het begin ging ik twee keer per week langs om te praten.”

“Ik heb lang gezocht naar een zelfhulpgroep gezocht waar ik me goed voelde. Ik ben eens beland bij een groep waar er alleen maar oude dronkaards waren. Die mensen waren misschien nuchter, maar gelukkig? Allesbehalve. Ik heb godzijdank een positieve zelfhulpgroep gevonden, met mensen die willen léven. Ik ben nu 37 jaar, maar ik geloof dat alles nog kan. Ik ben begonnen aan een opleiding om in de verslavingszorg te werken. Ik wil anderen helpen.”

“Mijn vader is intussen overleden aan zijn ziekte. Het mooiste geschenk dat ik heb gehad, is dat hij nog een jaar heeft geleefd nadat ik clean was. We zijn dichter naar elkaar toegegroeid dan ooit tevoren. Daar ben ik heel dankbaar voor.”

“Vroeger vond ik de gewone mensen saai. Ik was bevooroordeeld. Al die jaren dat ik verslaafd was, heb ik stil gestaan. Die zogenaamde burgerlijke mensen zijn wel interessant. Ze hebben ambitie. Dat zag ik toen niet. Nu wel. Vroeger wilde ik bevestiging van mannen. Ik was verrukt als ze met me flirtten. In Zuid-Afrika kwamen anderen naar mij voor raad: ik weet eindelijk wat het is om echt respect te krijgen. Ik hoef niet meer de onnozele zestienjarige uit te hangen. Ik ben nu blij als ik er gewoon kan zijn voor mijn zus. Om eens voor haar kinderen te zorgen als ze aan het werk is. Ik ben blij als ik mijn mama kan helpen met de meest normale dingen zoals de afwas te doen. Te luisteren naar anderen. Daar was ik vroeger te egoïstisch voor. Ik ben nu gelukkig met kleine dingen. Een gezonde maaltijd klaarmaken voor mijn kinderen in plaats van junkfood op tafel te zetten zoals vroeger. Maar ik moet altijd alert blijven. Ik weet wat de signalen zijn. Iedereen heeft wel eens een mindere dag, maar bij mij kan dat gevaarlijk zijn. Ik moet opstaan, me mooi maken en naar buiten gaan.”

http://www.goedelemagazine.be/index.php/2009/11/03/mama-aan-de-coke/